De voorgeschiedenis van kasteel Raath begint met de familie Duijkers. Door het huwelijk in 1687 met Anna Judith Tummers uit Raath had de uit Venlo afkomstige drossaard van het graafschap Amstenrade, Gerard Duyckers, zich in 1685 in Bingelrade gevestigd, waar hij in 1686 op de fundamenten van het voormalige middeleeuwse kasteel een landhuis bouwde, dat de naam 'Het Kasteel' kreeg. Gerard en Anna lieten bij hun kasteel ook een huiskapel bouwen, die in 1690 door de bisschop van Roermond werd gewijd.
Als drossaard haalde Gerard zich, door een veroordeling van leden der Bokkenrijdersbende, de haat op de hals van deze dieven- en moordenaarsbende. Na herhaalde inbraakpogingen staken zij het kasteel in brand.
Het huidige kasteel — een vierkant bakstenen huis onder een mansardetentdak — werd in 1804 opgetrokken naar plannen van de Luikse architect Duckers.
In 1835 ging het kasteel over aan de familie Janssen. Daarna volgden in de twintigste eeuw verschillende eigenaren, waarbij het kasteel steeds verder werd gerestaureerd
.